Een roostering van een of meer middelen op een of meerdere tijdstippen.
Een roostering van een of meer middelen op een of meerdere tijdstippen.
Een hulpmiddel bij een geroosterde activiteit. Voorbeelden: beamer, oplegger.
Een fysieke locatie waar een geroosterde activiteit plaatsvindt. Voorbeelden: collegezaal, spreekkamer.